- Magazine
Wie zijn leven samen deelt, wil tot het einde bij elkaar zijn. Met die gedachte zette het team van Vereen alles op alles om Ap en zijn vrouw Dinie samen te laten wonen in het Zonnehuis, al hadden ze niet dezelfde indicatie. Mede dankzij hulp van familie werd het mogelijk en beleefde het echtpaar de laatste weken van Ap samen.
Officieel heette hij Albert, maar familie en vrienden noemden hem Ap. ‘En tegen mensen die hij écht graag mocht, zei hij ‘zeg maar Appie’’, vertelt Hennie Riezebos, zijn jongere zus. Het was dan ook bijzonder dat hij zich bij de kennismaking met regieverpleegkundige Marjon van der Have voorstelde als ‘Appie’. ‘Hij moet direct geweten hebben dat het goed zat, hij had mensenkennis’, vult Bert Wieten aan, schoonzoon van Albert.
Nog een paar maanden te leven
Het is juli 2024 als Ap een epilepsieaanval krijgt. Zijn vrouw Dinie, die vanwege dementie van hem afhankelijk was, belt overstuur naar schoonzoon Bert. Ap moet naar het ziekenhuis. Na een mri-scan krijgt de familie slecht nieuws. De oorzaak van de aanval blijkt een hersentumor. Hij heeft nog maar een paar maanden te leven. Als Dinie vervolgens bij een val haar heup breekt, komt ze via het ziekenhuis bij Vereen terecht, want thuis wonen lukt niet meer. Mede omdat Ap snel achteruitgaat en niet meer voor haar kan zorgen.
Hij verliest zijn oriëntatie, kan van de winkel de weg naar huis niet meer vinden, wordt slechtziend en krijgt waanbeelden. ‘Hennie en ik regelden in die periode alles voor Ap. Magnetronmaaltijden, even bij hem langsgaan om te kijken of alles goed ging, Ap naar Dinie brengen of hem weer ophalen - we waren dagelijks met hem bezig’, vertelt Bert. Hennie: ‘Soms was hij emotioneel, omdat hij dingen niet meer kon of niet meer wist. En hij wist dat hij nog maar maanden of slechts weken had.’
Zijn laatste wens was samenzijn
Zijn laatste wens was om tot het laatst bij zijn vrouw Dinie zijn. ‘Dat besloten we te regelen’, zegt Bert. Dinie revalideerde op dat moment bij Vereen. Om samen te kunnen zijn met Ap, is ze verhuisd naar de overbruggingsafdeling in de zogeheten ‘Weteringbuurt’, een afdeling bij het Zonnehuis in de Zwolse wijk Stadshagen. ‘Overbruggingszorg is voor mensen met een Wlz-indicatie voor beschermd wonen met intensieve dementiezorg voor mensen die wachten op een plek op hun voorkeurslocatie’, legt Marjon uit.
Toen het verzoek Marjon bereikte, werd Albert direct uitgenodigd voor een kennismaking. ‘En daar kwam niet alleen Albert binnen, maar een stuk of zes, zeven mensen schoven aan. Een fantastische familie. Zó betrokken bij meneer en mevrouw’, blikt Marjon terug. Die betrokkenheid van de familie maakte dat het binnen één gesprek rond was. Appie mocht bij Dinie wonen. ‘Ondanks het feit dat er een knelpunt was: hij zag inmiddels zo slecht dat hij soms een-op-eenbegeleiding nodig had’, zegt Marjon. ‘Maar de familie zei direct: ‘Dan komen wíj hem toch helpen’. Ja, en toen was het rond. Tegen meneer zei ik: ‘Appie, je bent goedgekeurd’. Toen pakte hij mijn hand met twee handen vast.’ Albert kreeg de kamer tegenover zijn vrouw Dinie. Zo konden ze samen zijn wanneer ze wilden, maar hadden ze ook ieder de rust die ze nodig hadden.
Familie in de buurt voor troost
Na tweeënhalve week in de Weteringbuurt kreeg Albert opnieuw een epileptische aanval. Medicijnen kregen hem rustig, maar de aanval stopte niet. In overleg met de familie kreeg hij medicatie om zijn bewustzijn te verlagen voor comfort. Dinie kwam elke dag bij hem, Hennie waakte overdag en Bert in de nacht. Toen hij na een paar dagen overleed, kon Dinie rustig afscheid van haar man nemen, met familie en zorgmedewerkers in de buurt om haar te troosten.
‘Dit is waar zorg om moet gaan’
Marjon kijkt met voldoening terug op het verblijf van Ap en Dinie in de Weteringbuurt. ‘Dit is waar zorg om moet gaan. Mensen helpen om te leven en te sterven zoals het bij hen past. Zorgen dat mensen samen kunnen zijn. En mogelijk maken dat de familie er net zo bij betrokken kan zijn als wanneer deze mensen nog wel thuis hadden gewoond.’ ‘We hebben het hier totaal niet als tehuis ervaren’, sluit Bert het verhaal af. ‘Maar als een tweede thuis. Alle lof voor Marjon en haar collega’s.’
