- Magazine
Twee initiatieven van Vereen-medewerkers die naadloos aansluiten op de transitie ‘Van zorg naar leven’: Het Zonnehuis in de Zwolse wijk Stadshagen waar aan een fijne tuin gewerkt wordt, die bewegen en ontmoeten stimuleert. En de Kievitsbloem in Zwolle-Zuid die zich tot ‘Huis in de wijk’ ontwikkelt, met meer betrokkenheid van wijkbewoners en lokale ondernemers.
Bewegingsagoog Rianne Foekens is initiatiefnemer van de tuin voor bewoners, medewerkers en omwonenden bij Het Zonnehuis: ‘Groenmaakt gelukkig. En ik geloof erin dat gelukkige mensen minder zorg nodig hebben. En door een antrekkelijke buitenomgeving gaan mensen automatisch meer bewegen: beweging door beleving.’
Jeu-de-boules en pluktuin
Al jaren zet Rianne zich in voor dit initiatief en inmiddels ligt er een ontwerp voor de tuin. ‘Kijk’, zegt ze, terwijl ze de tekening erbij pakt. ‘Hier zijn nu twee huiskamers voor mensen met dementie, en hier is de Plaza. Via deze ruimtes kunnen mensen straks de tuin inlopen.’ Enthousiast wijst ze verschillende plekken aan. ‘Hier plannen we een jeu-de-boulesbaan, daar een waterpunt voor mensen die de planten willen watergeven en verderop een pluktuin. We hebben ook een prieeltje gepland om in te zitten en een kas voor het verbouwen van stekjes.’
Dankbaar voor ‘meedenkers’
Twee jaar geleden zijn er een werkgroep en een klankbordgroep opgericht waar naasten en een gevarieerde groep medewerkers in meedenken. ‘Een bijzonder lid van onze werkgroep is Gerard Snakenborg. Zijn vrouw die hier woonde, is inmiddels overleden. Hij wil graag met ons meedenken. Zijn ervaring helpt ons enorm bij het realiseren van een complex project als dit.’
Gezellige plek
Onder begeleiding van het provinciale programma ‘Natuur voor elkaar’, werkten de werkgroep, klankbordgroep en cliëntenraad van Vereen samen met onder meer gemeente Zwolle, provincie Overijssel en IVN in een ‘natuuratelier’. Rianne: ‘Met creatieve sessies hebben we toegewerkt naar concrete vervolgstappen. We vinden het belangrijk dat het een tuin wordt voor iedereen. Dus voor bewoners én medewerkers. We zien het als extra welzijnsruimte: bewoners kunnen hier straks gezellig zitten met hun naasten. En medewerkers kunnen er ook gaan zitten.’ Zo vinden bewoners, naasten en medewerkers elkaar. De tuin wordt wellicht op bepaalde momenten ook opengesteld voor buurtbewoners, bijvoorbeeld voor de naastgelegen kinderopvang.
Rianne: ‘Ik zou het ook heel mooi vinden als we op termijn waslijnen kunnen ophangen waar bewoners hun theedoeken en handdoeken kunnen drogen. Net als vroeger. Dat nodigt ook uit tot bewegen. We vormen hier een soort minimaatschappij. Het is mooi als die zo veel mogelijk overeenkomt met de ‘normale’ maatschappij.’

Huis voor bewoners
Ook op locatie de Kievitsbloem in Zwolle-Zuid wordt druk gewerkt aan een nieuwe ontwikkeling. Die is aangejaagd door regieverpleegkundige Elke van Bunnik. ‘Op dit moment zijn we nog heel instellingsgericht: medewerkers en naasten zien de Kievitsbloem vooral als werkplek van zorgpersoneel, terwijl het een huis is voor bewoners. Zorgpersoneel biedt er zorg en nabijheid.’ Anderhalf jaar geleden ontstond het idee om van de Kievitsbloem het ‘Huis in de wijk’ te maken. ‘Dat vraagt om een andere manier van zorgen’, zegt Elke. ‘Die bewustwording dat bewoners centraal staan, is de eerste belangrijke stap. Nu experimenteren we met zorgroutes, vergelijkbaar met routes die thuiszorgmedewerkers in de wijk lopen. In plaats van vier medewerkers die verantwoordelijk zijn voor een hele afdeling, zijn zij bij een zorgroute verantwoordelijk voor een specifieke groep bewoners die aansluit op de expertise en kwaliteit van de medewerker. Die bewoners wonen op verschillende plekken in de Kievitsbloem. De nieuwe aanpak moet het gevoel versterken dat het huis van de bewoners is en niet van het personeel. Een ander voordeel van deze werkwijze is dat de medewerkers zich volledig kunnen richten op hun kerntaken.’
Anders organiseren
Elke is op twee manieren betrokken bij het project: zowel in het proces als in de praktische uitvoering. ‘Samen met collega’s van social work, de coördinator welbevinden en de projectmanager denk ik na over de organisatorische veranderingen die nodig zijn. Daarnaast leid ik het praktische deel. En help ik medewerkers van de Kievitsbloem om dit in de praktijk te brengen. Dat begint bij de bewustwording dat het anders moet om het werk-, woon- en leefplezier te behouden of vergroten. Maar het gaat ook om praktische zaken, zoals een andere manier van overdracht. Of meldingen, die moeten binnenkomen bij de medewerker die de route loopt in plaats van op de afdeling.’
Huis in de wijk
Om van de Kievitsbloem echt het ‘Huis in de wijk’ te maken, is meer nodig. ‘We willen de wijk meer betrekken’, zegt Elke. ‘Hoe, dat zijn we nu aan het onderzoeken. Kunnen we hier gezamenlijke maaltijden voor bewoners en buurtbewoners organiseren? Lokale ondernemers bij betrekken? Verenigingen uit de wijk ruimte bieden terwijl ze tegelijkertijd iets voor de bewoners betekenen?’ Ze pleit ook voor maatwerk in de activiteiten. ‘Geen standaardprogramma’s zoals bingo, maar activiteiten die beter aansluiten bij de behoeften van bewoners. Stel dat een groep bewoners wil schilderen, dan kijken we of we dat kunnen faciliteren, en of we daar bijvoorbeeld ook wijkbewoners bij kunnen laten aansluiten.’
‘Deze ontwikkelingen markeren een verschuiving in hoe we naar ouderenzorg kijken’, zegt Elke. ‘De komende tien jaar moeten we anders gaan denken over ouderenzorg. Het is niet alleen de verantwoordelijkheid van zorgorganisaties, maar van ons allemaal.’